Historie van Huis de Beuk

De locatie van Huis De Beuk werd tegen het einde van de 18e eeuw bewoond door twee kluizenaars. In 1818 overleed de laatste kluizenaar en werd de voormalige kluizenarij verhuurd aan een uit Wallonië afkomstige man met de bijnaam ’t Salpietermenneke. De man zou zijn naam te danken hebben gehad aan de salpeterhoudende aanslag die hij van de rotsen afschraapte en als meststof aan boeren verkocht.

Aan de voet van de Riesenberg, die trots oprijst als een stille wachter, lag een waterput. Deze werd in 1847 gegraven door Andreas Beuken, de stamvader van het huis.

Riesenberg met daarop Huis de Beuk geschilderd door Jean Keulen (  1940 * Cadier en Keer  2015 †)

In 1848 werd de boswachterswoning volledig uit mergelsteen gebouwd in opdracht van de familie Martens, die in Leuven (B) woonde en eigenaar was van het bosgebied. 'Huis de Beuk', zoals het pand liefkozend wordt genoemd, draagt de echo van zijn eerste bewoners, de familie Beuken. Tussen 1848 en en 1938 waakte deze familie, generatie na generatie, over de uitgestrekte velden en weelderige bossen. 

In 1870 veranderde het eigendom; het pand kwam in handen van de Maastrichtse familie Schreinemacher. Echter de Beukens, onlosmakelijk verbonden met deze plek, bleven er nog een tijdlang wonen.

Toen in 1955 de laatste bewoners hun intrek elders namen, leek de ziel van het huis zich terug te trekken. 

In 1959 vond het pand een nieuwe bestemming in de handen van Staatsbosbeheer, die het een tijdje gebruikte als een plek van rust voor hun personeel.

Een nieuwe betonnen waterput met een filter werd in 1961 aangelegd, maar de glorie van het huis vervaagde langzaam.

De jaren '70 brachten verval. De muren brokkelden, de natuur begon haar rechtmatige plaats terug te claimen, en tegen de jaren '80 leek het lot van Huis de Beuk bezegeld: sloop...

 

Maar zoals in elk goed verhaal, was er een onverwachte wending!
I
n 1989 werd het huis gered van de vergetelheid. 'Grueles' de Heemkundevereniging te Gronsveld en leden van de Wildbeheereenheid Savelsbos bundelden hun krachten en gaven, door restauratie en zorg, het pand zijn ziel terug.

Huis de Beuk herrees, niet alleen als gebouw, maar als een symbool van doorzettingsvermogen, geschiedenis en de diepe wortels die mensen en plek met elkaar verbinden.

Op de zolder van het huis broedt al jaren de kerkuil (meestal slaapt het mannetje ook in de mergelgroeve).

Naast het huis staat een grote zwarte walnoot boom (Juglans Nigra). De eetbare noten lijken op die van de gewone walnoot (Juglans Regia), maar zijn moeilijker te kraken. Van oorsprong komt deze boom voor in het oosten van Noord-Amerika, in Texas en in Zuidoost-Canada. Grueles heeft alvast een jong exemplaar bijgeplant als vervanger in de toekomst.


Sluit nu de browser af en berg je telefoon maar op.
We gaan op pad over 'Den  Hekse Weeg'!