Helsch Donker

We zijn aangekomen bij het laatste deel van de wandelroute; het 'Helsch Donker'.

Veel Gronsveld- en Keerdenaren voelden zich vroeger in dit bosgedeelte niet op hun gemak, zeker als men alleen op pad was. “Het is er niet pluis,” fluisterde men in de dorpen, en niemand leek dat tegen te spreken...

De Galg van Gronsveld

Aan deze zijde van heuvel Riesenberg stond in vroeger eeuwen de galling (galg) van Gronsveld. Op oude archiefkaarten, is de ligging van deze galg duidelijk aangegeven. Misdadigers, die door de Gronsveldse schepenbank (een middeleeuws rechtsorgaan) ter dood werden veroordeeld, vonden hun einde aan deze galg die hier in het grafelijk bos was opgesteld.

Oude geschiedschrijvers weten te melden dat de galg op een hoog punt was geplaatst zodat de veroordeelde in zijn laatste ogenblikken nog kon genieten van een mooi uitzicht...

Groeve de Hèl

Aan je linkerhand ligt tussen het groen verscholen, 'Groeve de Hèl'Volgens oude verhalen zou deze groeve zijn naam danken aan het omringende bos waar het na zonsondergang ’helsch donker’ was—een plek die men bij nacht liever meed.

De groeve heeft twee ingangen die apart worden aangeduid met de 'Grote Hel' en de 'Kleine Hel'. Zuidwestelijk ligt de ingang van de Grote Hel en noordoostelijk de ingang van de Kleine Hel. De twee gedeeltes zijn met elkaar verbonden via een kruipgat verbinding. Hoe lang de groeve precies bestaat, blijft in nevelen gehuld, maar dat ze minstens uit de 16e eeuw stamt, staat buiten kijf. Als een echo uit een ver verleden heeft iemand in een kleine nis het jaartal '1587' in de mergelsteen gekerfd.

 Juni 1965 vond er een grote instorting in de groeve plaats. De eeuwenlange mergelwinning had veel roofbouw gepleegd op het gesteente. Na de instorting werden de toegangen afgesloten. December 1982 trokken enkele leden van de Vereniging tot Natuurbehoud (VTN) Cadier en Keer de Helgroeve binnen voor natuurkundig onderzoek. Gewapend met lampen en notitieboekjes dwaalden ze door de stille mergelgangen, waar elke voetstap zacht werd opgeslokt door het stof van eeuwen. 

Tijdens hun tocht stuitten ze op allerlei opschriften in het mergelgesteente. Soms was het niet meer dan een naam of een jaartal, haastig gekrast door iemand die even wilde achterlaten dat hij hier geweest was. Maar tussen die eenvoudige tekens stonden ook woorden die de fantasie in beweging zetten. 

Één inscriptie luidde: “Ik ben in de Hel, dat weet ik wel. Ik ben hier gans alleen. Den duvel weet waar mijn kameraden zijn.” Het klonk als een fluistering uit een tijd waarin de groeve nog een plek was waar men met een zekere schroom afdaalde. 

Een andere waarschuwing stond er streng bij: “Past op degene die den Duvel beminnen, want hier in deze plaats die altijd den naam van Hel heeft gedragen zijn de duivelen ontelbaar.”  Verderop vond men een haast wanhopig verzuchting, in een mengeling van talen die de gangen door de jaren hadden gehoord: “Niemals kom ich mehr hier ein das vervloechter Spelonken.” 

En tussen al die dreigende teksten stond ineens ook iets stichtelijks, bijna uitnodigend tot verzoening: “Gij die hier binnen treedt, laat alle veete vare.” Alsof iemand daar ooit stil had gestaan en had geconcludeerd dat wie de Hel betreedt beter zonder ruzie of wrok kon afdalen.

De grootste verrassing was echter een stuk zachte, bijna cryptische poëzie, zorgvuldig in het gesteente gekerfd: “Zuster van de zonnestraal, een witte roos in het boeket, een lelie op het bladerdek, een zwaan wiens dons zijn grens niet erkent, een ster aan het blauwe firmament.” Alsof iemand in de schaduwen van de Hel een glimp van licht wilde achterlaten.

Vandaag de dag zijn de groeves afgesloten, zorgvuldig zo dat vleermuizen er vrij in en uit kunnen vliegen. De gangen zijn stil geworden, maar de woorden in de wanden fluisteren hun verhalen nog altijd na...

Je verlaat nu het heuvelbos via de dalende weg aan je rechterhand; 'de Helweg' (Hèlwieëg in 't dialect), een 'holle weg' die het dal in voert richting Gronsveld. Volgens oude verhalen werd de Helweg als het donker werd, zoveel mogelijk gemeden. 

Dit laatst stuk van de route had in vroeger tijden een slechte reputatie. Alleen al de naam 'Helweg', had iets macabers. Overdag was deze holle weg al dreigend genoeg, maar zodra de avond viel, leek hij als vanzelf te veranderen in een plek waar men instinctief de pas versnelde. De aarde werd na regen verraderlijk glibberig en de bomen bogen zich als waarschuwende wachters over het pad heen.  

Tot op de dag van vandaag draagt de Helweg iets van dat alles met zich mee: een sluimerende herinnering aan donkerte, aan oude angsten, en aan de verhalen die blijven hangen in het bos.

Hekserij gaat niet om goed of kwaad, en al helemaal niet om duistere krachten of tegenstellingen.  

In haar oorsprong gaat hekserij over verbinding: met de aarde, met de seizoenen, met alles wat groeit, bloeit en ademt. Het is een oude manier van leven waarin je luistert naar de ritmes van de natuur en leert samenwerken met haar in plaats van haar te beheersen.

Een heks zoekt balans — in zichzelf en in de wereld om haar heen — en ziet de natuur niet als iets buiten haar, maar als iets waarvan ze onlosmakelijk deel uitmaakt.

 

- Einde - 

We hopen dat je inspireerd bent geraakt tijdens de wandeltocht. 
Wil je meer weten over onze kunstenaars en hun werk en wellicht een souvenir scoren? Bezoek dan zeker onze website en shop.

Naast originele kunstwerken vind je er kaarten, fine art prints, heksenmode en sieraden en tot slot het fotoboek "Den Hekse Weeg - The Witches Road".